Begrijpend lezen
72 onderwerpen, van eerste kennismaking tot beheersing. De groepen bij elk onderwerp zijn een richtlijn.
- Voorspellen wat er gaat gebeuren groep 1 t/m 6
Je kind bouwt leesvaardigheden op: het begrijpt verhalen door personages en gebeurtenissen te herkennen, stelt vragen over wat het leest en legt verbanden tussen boeken en de eigen ervaringen.
- Hoofdonderwerp van informatieve teksten groep 2 t/m 3
- Lezen verbinden met eigen ervaringen groep 2 t/m 3
- Luisteren naar voorgelezen teksten groep 2 t/m 6
- Onderdelen van een boek en de argumenten van de auteur groep 2 t/m 4
- Personages uit verschillende verhalen vergelijken groep 2 t/m 5
- Personages, plaats en gebeurtenissen groep 2 t/m 4
- Plaatjes en tekst samen begrijpen groep 2 t/m 5
- Samen praten over een boek groep 2 t/m 6
- Tussen de regels lezen groep 2 t/m 6
- Verschillende soorten teksten groep 2 t/m 3
- Zelfcorrectie tijdens het lezen groep 2 t/m 7
Je kind ontwikkelt diepere leesvaardigheden: het begrijpt hoe verhalen zijn opgebouwd, haalt de hoofdgedachte uit informatieve teksten, vergelijkt de standpunten van personages en herkent hoe verschillende tekstkenmerken helpen om informatie te ordenen.
- Beeldend en zintuiglijk taalgebruik groep 3 t/m 5
- Hoofdonderwerp en belangrijke details groep 3 t/m 6
- Kenmerken van informatieve teksten groep 3 t/m 5
- Perspectieven en reacties van personages groep 3 t/m 4
- Verhaalvolgorde en kernboodschap groep 3 t/m 4
- Verhalen navertellen met structuur groep 3 t/m 4
Je kind ontwikkelt diepere leesvaardigheden: het haalt de hoofdgedachte uit meerdere alinea's, trekt conclusies over personages en thema's en begrijpt hoe schrijvers taal en tekstkenmerken gebruiken om betekenis en effect te creëren.
- Dichtvormen en voordracht groep 4 t/m 6
- Gevoelens en motieven van personages afleiden groep 4 t/m 6
- Hoofdgedachten en aantekeningen maken groep 4 t/m 6
- Les en moraal van verhalen groep 4
- Taalgebruik, structuur en vormgeving groep 4 t/m 6
- Thema's en boodschappen groep 4 t/m 6
Je kind leert dieper nadenken over teksten: het legt verbanden tussen ideeën, analyseert de motivatie van personages, herkent de kernboodschap van verhalen en maakt onderscheid tussen de eigen mening en die van schrijvers of personages.
- Verbanden leggen in teksten groep 5
- Waarom de schrijver het schreef groep 5
Je kind ontwikkelt geavanceerde leesvaardigheden: het analyseert hoe schrijvers teksten opbouwen, vergelijkt verschillende standpunten, doorgrondt thema's en stijlmiddelen en combineert informatie uit meerdere bronnen.
- Boeken aanbevelen groep 6
- Gedichten, toneel en proza groep 6
- Perspectief van de verteller groep 6
- Tekst en media vergelijken groep 6
- Thema vinden en samenvatten groep 6 t/m 7
Je kind ontwikkelt geavanceerde leesvaardigheden: het vergelijkt teksten, analyseert hoe schrijvers bewijs en perspectief gebruiken, combineert informatie uit meerdere bronnen en onderbouwt eigen interpretaties met citaten en argumenten.
- Beeld en multimedia in teksten groep 7
- Boeken vergelijken groep 7
- Feit en mening groep 7
- Meerdere bronnen gebruiken groep 7
- Nauwkeurig citeren uit teksten groep 7
- Verbanden in teksten uitleggen groep 7
- Argumenten in informatieve teksten beoordelen groep 8 en verder
- Beeldspraak en stijlfiguren groep 8 en verder
- Breed en zelfstandig lezen groep 8 en verder
- Doel, publiek en context groep 8 en verder
- Kritisch teksten vergelijken groep 8 en verder
- Tekstbewijs gebruiken en beoordelen groep 8 en verder
- Tekststructuur analyseren groep 8 en verder
- Thema volgen door een tekst heen groep 8 en verder
- Toneel en uitvoering begrijpen groep 8 en verder
- Verhaalopbouw en karakterontwikkeling groep 8 en verder
- Vertelperspectief en onbetrouwbare vertellers groep 8 en verder
- Vormen en kenmerken van poëzie groep 8 en verder