Dichtvormen en voordracht
Herkent verschillende dichtvormen (vrij vers, verhalend gedicht, haiku) en bespreekt de kenmerken ervan; bereidt gedichten en toneelteksten voor om ze voor te lezen en uit te voeren met begrip voor intonatie, toon, volume en actie
Je kind beheerst dit als het...
- Noemt minstens twee verschillende dichtvormen en beschrijft van elk een kenmerk (bijvoorbeeld: 'een verhalend gedicht vertelt een verhaal', 'een vrij vers heeft geen vast rijm of ritme')
- Herkent de vorm van een gegeven gedicht en legt uit hoe dat te herkennen is (bijvoorbeeld: 'Dit is een verhalend gedicht, want het heeft personages en een verhaallijn')
- Bereidt een gedicht of een fragment uit een toneelstuk voor en voert dit uit, met begrip zichtbaar in variatie in intonatie, volume en expressie
Vraag eens aan je kind
Verandert je kind bij het hardop voorlezen van een gedicht de stem om bij de sfeer te passen, bijvoorbeeld enthousiast bij een vrolijk gedicht en zacht bij een verdrietig gedicht, in plaats van vlak voor te lezen?
Eerst dit
- Vlot en expressief hardop lezen Een gedicht voordragen vraagt om expressief te kunnen lezen, met het juiste ritme en de juiste intonatie.
- Gedichten schrijven Gedichten schrijven in groep 3 legt de basis om later verschillende soorten gedichten te herkennen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Gedichten, toneel en proza Kennis van versvormen uit groep 4-5 vormt de basis voor het begrijpen van vers, ritme en metrum als bouwstenen van een gedicht.
- Vormen en kenmerken van poëzie De poëzieconventies uit KS3 bouwen voort op het herkennen van verschillende gedichtvormen uit KS2.