Hoe taalkeuzes de lezer beïnvloeden
Beoordeelt hoe schrijvers taal gebruiken, waaronder beeldspraak, en welk effect woordkeuze, beeldtaal en stijlmiddelen hebben op de lezer
Je kind beheerst dit als het...
- Legt uit hoe een specifieke metafoor of vergelijking het begrip of de gevoelens van de lezer beïnvloedt
- Beoordeelt de beschrijvende taal die een schrijver gebruikt en het effect daarvan op de sfeer
- Vergelijkt hoe verschillende schrijvers beeldspraak gebruiken om eenzelfde effect te bereiken
Vraag eens aan je kind
Als je kind een beschrijvende tekst met beeldspraak leest, zoals 'de zon was een brandend oog', kan hij of zij dan uitleggen welk beeld of gevoel de schrijver daarmee wilde oproepen, en of dat goed lukte?
Eerst dit
- Vergelijkingen & Metaforen Om beeldspraak te kunnen beoordelen, moet je kind eerst vergelijkingen en metaforen begrijpen.
- Beeldend en zintuiglijk taalgebruik Om taal te kunnen beoordelen, moet je kind eerst literaire taal leren herkennen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Beeldspraak en stijlfiguren In KS3 analyseert je kind beeldspraak dieper. Dit bouwt voort op het beoordelen van beeldspraakgebruik door schrijvers in KS2.
- Geavanceerd figuurlijk taalgebruik De genuanceerde kijk op beeldspraak in de onderbouw van het voortgezet onderwijs bouwt voort op het beoordelen van beeldspraak dat je kind al op de basisschool heeft geleerd.