Taalgebruik, structuur en vormgeving
Aangeven hoe taalkeuzes, tekststructuur en vormgevingskenmerken (illustraties, diagrammen, vetgedrukte woorden, lay-out) bijdragen aan de betekenis en het effect van een tekst
Je kind beheerst dit als het...
- Kan uitleggen hoe de woordkeuze van de schrijver een bepaald effect oproept (bijvoorbeeld: 'De schrijver gebruikt in het Engels "crept" in plaats van "walked", zodat het sluipend en gespannen aanvoelt')
- Kan aangeven hoe de opbouw van een tekst de lezer helpt (bijvoorbeeld: 'De tussenkopjes helpen je snel informatie te vinden', 'Het verhaal bouwt spanning op vlak voor het einde')
- Kan uitleggen hoe een vormgevingskenmerk bijdraagt aan de betekenis (bijvoorbeeld: 'De vetgedrukte woorden zijn belangrijke begrippen', 'Het diagram laat zien hoe de waterkringloop werkt')
Vraag eens aan je kind
Kan je kind bij het lezen van een pagina met tussenkopjes, diagrammen of vetgedrukte woorden uitleggen hoe die kenmerken helpen, bijvoorbeeld: 'het diagram laat de waterkringloop zien, want met woorden alleen is dat moeilijk voor te stellen'?
Eerst dit
- Beeldend en zintuiglijk taalgebruik Aangeven welke bijdrage taalgebruik levert aan een tekst vereist begrip van literair taalgebruik.
- Kenmerken van informatieve teksten Kennis van de structuur van non-fictie helpt bij het analyseren van hoe een tekst is vormgegeven.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Doel, publiek en context Context begrijpen vereist dat je kind herkent hoe taalkeuzes verschillende doelen dienen
- Grammatica als stijlmiddel Het analyseren van het effect van grammatica bouwt voort op de KS2-vaardigheid om te herkennen hoe taalkeuzes bijdragen aan de betekenis van een tekst.
- Tekststructuur analyseren Het analyseren van tekststructuur op de middelbare school bouwt voort op wat je kind op de basisschool al leerde over hoe taalkeuzes en tekststructuur bijdragen aan de betekenis.
- Vaktermen voor de opbouw van teksten Begrijpen hoe onderdelen op elkaar voortbouwen sluit aan bij hoe taal en structuur bijdragen aan betekenis.