Personages, plaats en gebeurtenissen
Personages, de plaats van het verhaal en belangrijke gebeurtenissen herkennen; bekend raken met bekende verhalen, sprookjes en traditionele vertellingen en deze navertellen met de belangrijkste details in de juiste volgorde
Je kind beheerst dit als het...
- Noemt de hoofdpersonen in een verhaal
- Beschrijft waar en wanneer een verhaal zich afspeelt
- Vertelt een bekend verhaal na, met begin, midden en einde
Vraag eens aan je kind
Kan je kind, na het samen lezen van een sprookje of verhaal, dit in de juiste volgorde navertellen: wie erin voorkwam, waar het gebeurde en wat de belangrijkste gebeurtenissen waren?
Eerst dit
- Luisteren naar voorgelezen teksten Je kind moet eerst met verhalen bezig zijn geweest, voordat het de onderdelen van een verhaal kan benoemen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Personages uit verschillende verhalen vergelijken Om teksten te kunnen vergelijken heeft je kind kennis van verhaalelementen nodig
- Thema's en boodschappen Om thema's te herkennen, moet je kind eerst de onderdelen van een verhaal begrijpen.
- Tussen de regels lezen Je kind heeft kennis van verhaalelementen nodig om de belangrijkste details uit een verhaal te halen
- Verhaalvolgorde en kernboodschap De volgorde van gebeurtenissen en de kern van een verhaal begrijpen bouwt voort op de verhaalelementen die je kind in groep 3 leerde.
- Verhalen navertellen met structuur Het analyseren van personages en de verteller bouwt voort op de verhaalelementen die je kind al in groep 3 heeft geleerd.
- Korte verhalen met begin en einde Wat je kind leert over verhaalelementen bij het lezen, gebruikt het ook bij het schrijven
- Voorspellen wat er gaat gebeuren Kennis van verhaalelementen helpt je kind om te voorspellen hoe een verhaal verdergaat.