Rekenen › Getalbegrip en plaatswaarde
groep 3richtlijnDe twee cijfers van een tweecijferig getal
Begrijpen dat de twee cijfers van een tweecijferig getal een aantal tientallen en eenheden voorstellen
Je kind beheerst dit als het...
- Legt uit dat in 47 de 4 staat voor 4 tientallen (40) en de 7 voor 7 eenheden
- Gebruikt rekenmateriaal (staafjes en blokjes) om een tweecijferig getal als tientallen en eenheden weer te geven
- Herkent het tientallencijfer en het eenhedencijfer in elk tweecijferig getal
Vraag eens aan je kind
Kan je kind bij het getal 47 vertellen dat het om 4 tientallen (veertig) en 7 eenheden gaat, in plaats van de cijfers los voor te lezen als 'vier zeven'?
Eerst dit
- De getallen 11 tot 19 Het begrijpen van plaatswaarde bij tweecijferige getallen bouwt voort op het snappen van hoe de getallen 11 tot 19 zijn opgebouwd.
- Een tiental is tien eenheden Om tientallen en eenheden te begrijpen, moet je kind eerst weten dat 10 eenheden samen één tiental vormen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- 10 meer of 10 minder Uit het hoofd 10 meer of minder berekenen vereist inzicht dat het tientallencijfer verandert.
- De drie cijfers van een driecijferig getal Plaatswaarde van driecijferige getallen bouwt voort op plaatswaarde van tweecijferige getallen (tientallen en eenheden).
- Getallen vergelijken en ordenen Om tweecijferige getallen te vergelijken met behulp van plaatswaarde, moet je kind tientallen en eenheden begrijpen.
- Honderd is tien tientallen Je kind moet de plaatswaarde van tweecijferige getallen begrijpen voordat het verdergaat met honderdtallen.
- Hoofdrekenen: optellen en aftrekken (vanaf 6 jaar) Eenheden optellen bij tweecijferige getallen vereist inzicht in tientallen en eenheden
- Optellen tot 100 Om tot 100 te kunnen optellen met tientallen en eenheden moet je kind eerst begrijpen wat tientallen en eenheden zijn
- Plaatswaarde en rekenfeiten toepassen Om het positiestelsel te gebruiken bij het oplossen van sommen, moet je kind eerst tientallen en eenheden begrijpen
- Tellen in sprongen van 10 Tellen met sprongen van tien vanaf een getal dat geen tiental is, vraagt dat je kind begrijpt dat bij het optellen van 10 alleen het tientallencijfer verandert.
- Tientallen optellen en aftrekken uit het hoofd Optellen en aftrekken met tientallen vraagt om inzicht in plaatswaarde
- Getallen weergeven Het schatten van de plek op een getallenlijn van 0 tot 100 gaat makkelijker met inzicht in plaatswaarde.
- Patronen in vormen Gebruikmaken van plaatswaarde (tientallen en eenheden) om opgaven efficiënt op te lossen.
- Vlot optellen en aftrekken Sommen tot 100 afleiden gaat beter als je kind eerst plaatswaarde begrijpt.