Rekenen › Getalbegrip en plaatswaarde
groep 2 t/m 3richtlijnDe getallen 11 tot 19
Begrijpen dat de getallen 11 tot 19 bestaan uit één tiental en een aantal losse eenheden (vroeg inzicht in plaatswaarde)
Je kind beheerst dit als het...
- Legt met voorwerpen 14 neer als een groepje van tien en vier losse stuks
- Splitst 17 op in 10 + 7 en schrijft dit op als een som
- Legt uit dat 13 'één tiental en drie eenheden' is
Vraag eens aan je kind
Als je kind 14 blokjes heeft, ziet je kind dit dan als één volle toren van 10 met 4 los erbij, en begrijpt je kind zo dat de getallen 11 tot 19 steeds 'tien en een beetje meer' zijn?
Eerst dit
- Getallen tot 20 lezen en schrijven Om getallen tussen de tien en twintig te kunnen opbouwen en uit elkaar halen, moet je kind die getallen eerst kunnen lezen en schrijven.
- Hoeveel zijn het er in totaal? Om te snappen hoe getallen zijn opgebouwd uit tientallen en eenheden, moet je kind eerst weten dat een getal een hoeveelheid voorstelt.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- De twee cijfers van een tweecijferig getal Het begrijpen van plaatswaarde bij tweecijferige getallen bouwt voort op het snappen van hoe de getallen 11 tot 19 zijn opgebouwd.
- Een tiental is tien eenheden Om te begrijpen dat 10 een bundel (tiental) is, moet je kind eerst weten dat getallen tussen de 10 en 20 bestaan uit 'een tiental en een paar losse eenheden'
- Rekenpatronen herkennen De getallen 11 tot en met 19 herkennen als 'tien en nog een paar erbij' oefent het zien van structuur.