Rekenen › Getalbegrip en plaatswaarde
groep 3richtlijn10 meer of 10 minder
Uit het hoofd 10 meer of 10 minder bepalen bij een tweecijferig getal, zonder te tellen
Je kind beheerst dit als het...
- Zegt bij 56 meteen dat 66 er 10 bij is en 46 er 10 vanaf
- Legt uit dat je bij het optellen van 10 het tiental met 1 verhoogt
- Beantwoordt '10 meer dan 73' zonder vingers te gebruiken of door te tellen
Vraag eens aan je kind
Kan je kind je snel vertellen wat 10 meer is dan 43 of 10 minder dan 71, zonder steeds één voor één te tellen?
Eerst dit
- De twee cijfers van een tweecijferig getal Uit het hoofd 10 meer of minder berekenen vereist inzicht dat het tientallencijfer verandert.
- Steeds één meer 10 meer of minder is een uitbreiding van het begrip een meer of een minder naar tientallen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- 10 of 100 meer of minder 10 of 100 meer of minder bepalen binnen 1000 bouwt voort op 10 meer of minder bepalen bij tweecijferige getallen
- Tientallen optellen en aftrekken uit het hoofd Optellen en aftrekken met tientallen bouwt voort op het uit het hoofd bepalen van 10 meer of minder
- Patronen herkennen en doortrekken Uit het hoofd 10 meer of minder bepalen bouwt op het herkennen van patronen in de plaatswaarde