Rekenen › Optellen en aftrekken
groep 3richtlijnHoofdrekenen: optellen en aftrekken (vanaf 6 jaar)
Een tweecijferig getal en eenheden optellen en aftrekken, uit het hoofd en met concreet of beeldend materiaal
Je kind beheerst dit als het...
- Rekent 36 + 7 = 43 uit met voorwerpen of uit het hoofd
- Rekent 52 − 4 = 48 uit met een getallenlijn of uit het hoofd
- Legt uit hoe je via het tiental rekent bij het optellen van eenheden bij een tweecijferig getal
Vraag eens aan je kind
Kan je kind '36 + 7' of '42 − 5' uit het hoofd uitrekenen, waarbij de tientallen gelijk blijven en alleen de eenheden veranderen?
Eerst dit
- De twee cijfers van een tweecijferig getal Eenheden optellen bij tweecijferige getallen vereist inzicht in tientallen en eenheden
- Optellen en aftrekken Eenheden optellen bij een tweecijferig getal bouwt voort op het optellen tot 20 dat je kind eerder leerde
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Twee tweecijferige getallen optellen Twee getallen van twee cijfers optellen vraagt dat je kind eerst losse eenheden kan optellen bij een getal van twee cijfers.