Patronen in vormen
Wiskundige structuur herkennen en gebruiken: eigenschappen van bewerkingen, patronen in de plaatswaarde en verbanden tussen vormen toepassen om opgaven slim op te lossen
Je kind beheerst dit als het...
- Gebruikt bewust de wisseleigenschap (bijvoorbeeld 3 + 9 omdraaien naar 9 + 3 om vanaf het grootste getal verder te tellen)
- Gebruikt de plaatswaarde om tientallen op te tellen of af te trekken (bijvoorbeeld 47 + 10 = 57, omdat alleen het tientalcijfer verandert)
- Herkent overeenkomsten tussen vormen (bijvoorbeeld dat rechthoeken en vierkanten allebei 4 zijden en 4 rechte hoeken hebben)
Vraag eens aan je kind
Als je kind een patroon opmerkt in het rekenwerk, bijvoorbeeld dat je bij vermenigvuldigen met 10 altijd een nul toevoegt, gebruikt hij of zij dat patroon dan om soortgelijke sommen sneller op te lossen?
Eerst dit
- Rekenpatronen herkennen Bewust structuur gebruiken op 6-7 jarige leeftijd bouwt voort op het herkennen van eenvoudige patronen en structuren op 5-6 jarige leeftijd
- De twee cijfers van een tweecijferig getal Gebruikmaken van plaatswaarde (tientallen en eenheden) om opgaven efficiënt op te lossen.
- Optellen in elke volgorde Bewust gebruikmaken van de commutatieve eigenschap om optellen makkelijker te maken, is een oefening in het herkennen van structuur in getallen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Patronen in vormen (7+) Structuren herkennen op 7-8-jarige leeftijd bouwt voort op wat je kind op 6-7-jarige leeftijd heeft geleerd.