Rekenen › Tellen en hoeveelheden
groep 3richtlijnTellen in sprongen van 10
Voorwaarts en achterwaarts tellen in sprongen van tien vanaf een willekeurig getal (niet alleen vanaf tientallen)
Je kind beheerst dit als het...
- Telt 7, 17, 27, 37 door vanaf een startgetal dat geen tiental is
- Telt terug in tientallen vanaf 83
- Legt uit welk patroon ontstaat bij het optellen of aftrekken van 10
Vraag eens aan je kind
Als je kind bij 37 begint en jij vraagt om in tientallen verder te tellen, kan je kind dan 37, 47, 57, 67 zeggen en zo moeiteloos de overstap maken naar het volgende honderdtal, zonder vast te lopen?
Eerst dit
- De twee cijfers van een tweecijferig getal Tellen met sprongen van tien vanaf een getal dat geen tiental is, vraagt dat je kind begrijpt dat bij het optellen van 10 alleen het tientallencijfer verandert.
- Tellen in sprongen van 2 Tellen met sprongen van tien vanaf een willekeurig getal bouwt voort op tellen met sprongen van tien vanaf 0.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.