Rekenen › Getalbegrip en plaatswaarde
groep 3richtlijnPlaatswaarde en rekenfeiten toepassen
Inzicht in plaatswaarde en rekenfeiten gebruiken om problemen op te lossen
Je kind beheerst dit als het...
- Gebruikt de kennis dat 34 = 30 + 4 om te helpen bij het optellen van 34 + 20 = 54
- Lost op: 'Ik denk aan een getal, tel er 10 bij op, en kom op 45 uit. Aan welk getal dacht ik?'
- Past het opsplitsen van getallen toe om een probleem in een onbekende situatie op te lossen
Vraag eens aan je kind
Als je je kind vraagt 'welk getal ligt het dichtst bij 50: 47 of 54?', kan je kind dan met behulp van getalinzicht snel antwoorden en uitleggen waarom?
Eerst dit
- De twee cijfers van een tweecijferig getal Om het positiestelsel te gebruiken bij het oplossen van sommen, moet je kind eerst tientallen en eenheden begrijpen
- Rekenfeiten tot 20 Rekenproblemen oplossen met rekenfeiten gaat makkelijker als je kind optel- en aftreksommen al uit het hoofd kent
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.