Rekenen › Getalbegrip en plaatswaarde
groep 3richtlijnGetallen vergelijken en ordenen
Tweecijferige getallen vergelijken en ordenen met de tekens >, = en <, op basis van inzicht in plaatswaarde
Je kind beheerst dit als het...
- Zet het juiste teken (> of <) tussen 34 en 43
- Zet een reeks tweecijferige getallen op volgorde van klein naar groot
- Legt een vergelijking uit door eerst naar het tiental te kijken en dan pas naar de eenheden
Vraag eens aan je kind
Als je je kind de getallen 34, 67 en 21 laat zien, kan je kind ze dan op volgorde zetten van klein naar groot, en de tekens > of < correct gebruiken?
Eerst dit
- De twee cijfers van een tweecijferig getal Om tweecijferige getallen te vergelijken met behulp van plaatswaarde, moet je kind tientallen en eenheden begrijpen.
- Getallen vergelijken tot 10 Het vergelijken van tweecijferige getallen bouwt voort op het vergelijken van eencijferige geschreven getallen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Getallen tot 1000 ordenen Getallen tot 1000 vergelijken bouwt voort op het vergelijken van tweecijferige getallen.
- Metingen vergelijken en op volgorde zetten Het gebruik van >, < en = bij metingen werkt hetzelfde als bij getallen.
- Nauwkeurig communiceren over rekenen Het correct gebruiken van de tekens >, = en < helpt je kind om precies te communiceren over wiskunde.