Rekenen › Optellen en aftrekken
groep 3richtlijnOptellen tot 100
Tot 100 optellen met strategieën die uitgaan van tientallen en eenheden, zoals een tweecijferig en een eencijferig getal optellen, of een tweecijferig getal en een tiental
Je kind beheerst dit als het...
- Rekent 46 + 7 uit met behulp van tientallen en eenheden (46 + 4 + 3 = 53)
- Rekent 38 + 40 = 78 uit met kennis van tientallen
- Koppelt de strategie aan een geschreven rekenmethode en legt de redenering uit
Vraag eens aan je kind
Kan je kind sommen als '47 + 8' of '35 + 50' uitrekenen door apart aan tientallen en eenheden te denken, in plaats van steeds één voor één te tellen?
Eerst dit
- De twee cijfers van een tweecijferig getal Om tot 100 te kunnen optellen met tientallen en eenheden moet je kind eerst begrijpen wat tientallen en eenheden zijn
- Optellen en aftrekken tot 20 Optellen tot 100 bouwt voort op de rekenstrategieën die je kind al kent van optellen tot 20, nu toegepast op grotere getallen
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Vlot optellen en aftrekken tot 100 Vlot kunnen optellen tot 100 bouwt voort op het optellen tot 100 met behulp van rekenstrategieën
- Getallen op de getallenlijn Optellen tot 100 vraagt dat je kind bewust kiest tussen de getallenlijn en het honderdveld.