Rekenen › Optellen en aftrekken
groep 3richtlijnTientallen optellen en aftrekken uit het hoofd
Een tweecijferig getal en tientallen optellen en aftrekken, uit het hoofd en met concreet materiaal of tekeningen
Je kind beheerst dit als het...
- Rekent 45 + 30 = 75 uit het hoofd uit
- Rekent 82 − 40 = 42 uit het hoofd uit
- Legt uit dat bij het optellen of aftrekken van tientallen alleen het tiental verandert
Vraag eens aan je kind
Kan je kind '54 + 30' of '78 − 20' snel uit het hoofd uitrekenen, wetend dat alleen het tiental verandert?
Eerst dit
- 10 meer of 10 minder Optellen en aftrekken met tientallen bouwt voort op het uit het hoofd bepalen van 10 meer of minder
- De twee cijfers van een tweecijferig getal Optellen en aftrekken met tientallen vraagt om inzicht in plaatswaarde
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Twee tweecijferige getallen optellen Twee getallen van twee cijfers optellen vraagt dat je kind eerst tientallen kan optellen bij een getal van twee cijfers.