Tellen en hoeveelheden
14 onderwerpen, van eerste kennismaking tot beheersing. De groepen bij elk onderwerp zijn een richtlijn.
- Eén-op-één tellen groep 1 t/m 2
- Getallen weergeven met voorwerpen groep 1 t/m 2
- Groepen vergelijken: meer of minder groep 1 t/m 2
- Hoeveel zijn het er in totaal? groep 1 t/m 2
- Steeds één meer groep 1 t/m 2
Je kind ontwikkelt belangrijke telvaardigheden: het leert dat getallen betekenis hebben, dat elk getal een specifieke hoeveelheid voorstelt, en begint groepjes voorwerpen te vergelijken om te zien welke groep er meer of minder heeft.
- Getallen vergelijken tot 10 groep 2
- Hardop tellen tot 100 groep 2
- Tellen in sprongen van 2 groep 2 t/m 3
- Voorwerpen tellen tot 20 groep 2
Je kind krijgt steeds meer vertrouwen in het tellen: het leert in sprongen van 3 tellen en voor- en achteruit tellen in tientallen, vanaf elk willekeurig startgetal.
- Tellen in sprongen van 10 groep 3
- Tellen in sprongen van 3 groep 3
Je kind telt met steeds meer vertrouwen met steeds grotere getallen. Het oefent met telpatronen in sprongen en telt tot 1000 met verschillende stapgroottes.
- Doortellen (4, 8, 50, 100) groep 4
- Tellen tot 1000 groep 4
Je kind oefent met tellen in grotere sprongen en wordt steeds vaardiger met veelvouden van 6, 7, 9, 25 en 1000.
- Tellen in stappen van 6 groep 5