Rekenen › Tellen en hoeveelheden
groep 1 t/m 2richtlijnSteeds één meer
Elk volgend telwoord staat voor een aantal dat één groter is dan het vorige
Je kind beheerst dit als het...
- Weet bij een groep van 5 dat er 6 zijn als er één bij komt
- Legt uit dat 8 één meer is dan 7
- Benoemt bij een gegeven getal wat er één meer en één minder is
Vraag eens aan je kind
Als je kind 5 stickers heeft en jij geeft er nog één bij, weet je kind dan meteen dat het er nu 6 zijn, zonder dat het opnieuw helemaal vanaf één moet tellen?
Eerst dit
- Hoeveel zijn het er in totaal? Om 'één meer' en 'één minder' te begrijpen, moet je kind eerst snappen dat elk getal voor een hoeveelheid staat.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Strategieën voor optellen en aftrekken Door- en terugtellen berust op het besef dat elk volgend getal één meer of minder is
- 10 meer of 10 minder 10 meer of minder is een uitbreiding van het begrip een meer of een minder naar tientallen.
- Slimme reken- en telmethodes Het patroon van steeds 1 erbij optellen is de eerste vorm van herhalend redeneren.