Rekenen › Tellen en hoeveelheden
groep 1 t/m 2richtlijnHoeveel zijn het er in totaal?
Aantalbegrip: het laatste getal dat je noemt bij het tellen van een groepje vertelt hoeveel voorwerpen er in totaal zijn, ongeacht hoe ze liggen of in welke volgorde je ze telt
Je kind beheerst dit als het...
- Kan na het tellen van een groepje op de vraag 'hoeveel zijn het er?' meteen het laatst genoemde getal antwoorden
- Begrijpt dat het aantal niet verandert als de voorwerpen anders worden neergelegd
- Begrijpt dat je hetzelfde totaal krijgt als je in een andere volgorde telt
Vraag eens aan je kind
Als je kind 7 speelgoedautootjes telt en jij vraagt 'hoeveel autootjes zijn het er dus?', zegt hij of zij dan meteen '7', of telt hij of zij ze allemaal opnieuw vanaf het begin?
Eerst dit
- Eén-op-één tellen Het besef dat het laatste getal het totale aantal aangeeft, bouwt voort op één op één tellen: je kind moet eerst goed kunnen tellen om te snappen dat het laatste getal vertelt hoeveel het er zijn
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Aftrekken als weghalen Aftrekken begrijpen als 'weghalen' vereist dat je kind weet dat getallen hoeveelheden voorstellen.
- De getallen 11 tot 19 Om te snappen hoe getallen zijn opgebouwd uit tientallen en eenheden, moet je kind eerst weten dat een getal een hoeveelheid voorstelt.
- Getallen tot 20 lezen en schrijven Om cijfers van 0 tot 20 te kunnen lezen en schrijven, moet je kind eerst snappen dat een cijfer een hoeveelheid voorstelt.
- Getallen weergeven met voorwerpen Om getallen weer te geven met voorwerpen, afbeeldingen of een getallenlijn, moet je kind eerst begrijpen dat getallen een hoeveelheid voorstellen.
- Optellen als samenvoegen Om optellen te begrijpen als het samenvoegen van groepjes, moet je kind eerst weten dat getallen hoeveelheden voorstellen.
- Steeds één meer Om 'één meer' en 'één minder' te begrijpen, moet je kind eerst snappen dat elk getal voor een hoeveelheid staat.
- Voorwerpen tellen tot 20 Om de vraag 'hoeveel zijn het?' te beantwoorden, moet je kind het aantalbegrip onder de knie hebben.
- Gegevens sorteren in categorieën Gegevens tellen in categorieën vereist dat je kind begrijpt dat het laatste getal dat je noemt tijdens het tellen, het totale aantal aangeeft.
- Problemen begrijpen Om op 5- tot 6-jarige leeftijd vraagstukken te snappen, heeft je kind aantalbegrip nodig om 'hoeveel'-vragen te kunnen beantwoorden
- Woorden sorteren en categoriseren Voorwerpen sorteren en indelen in groepen maakt gebruik van dezelfde telvaardigheden die je kind ook bij rekenen leert.