Rekenen › Tellen en hoeveelheden
groep 2richtlijnVoorwerpen tellen tot 20
Een groep voorwerpen tellen om te bepalen hoeveel het er zijn, tot 20 (op een rij, in een rooster, in een kring of door elkaar)
Je kind beheerst dit als het...
- Telt nauwkeurig tot 20 voorwerpen die op een rij liggen
- Telt tot 10 door elkaar liggende voorwerpen zonder de tel kwijt te raken
- Telt bij een gegeven getal tussen 1 en 20 dat aantal voorwerpen af uit een grotere groep
Vraag eens aan je kind
Als je 15 knopen willekeurig op tafel legt en aan je kind vraagt hoeveel het er zijn, kan je kind ze dan zorgvuldig tellen en het juiste antwoord geven?
Eerst dit
- Eén-op-één tellen Om voorwerpen te tellen en de vraag 'hoeveel zijn het?' te beantwoorden, moet je kind elk voorwerp één voor één kunnen aanwijzen en tellen.
- Hoeveel zijn het er in totaal? Om de vraag 'hoeveel zijn het?' te beantwoorden, moet je kind het aantalbegrip onder de knie hebben.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Sorteren in categorieën Objecten per categorie tellen vereist dat je kind al groepjes voorwerpen kan tellen.
- Groepen vergelijken: meer of minder Een verzameling kunnen tellen helpt bij het vergelijken van groepen, maar jongere kinderen (in Groot-Brittannië vanaf 4 jaar) kunnen ook vergelijken door te matchen, zonder dat ze al tot 20 kunnen tellen.
- Praktisch probleemoplossen Om voorwerpen te tellen, moet je kind eerst leren welke hulpmiddelen daarbij passen, zoals blokjes en telramen.