Rekenen › Tellen en hoeveelheden
groep 1 t/m 2richtlijnGroepen vergelijken: meer of minder
Twee groepen voorwerpen vergelijken om te bepalen welke groep meer of minder heeft, of dat ze evenveel zijn, door te koppelen en te tellen
Je kind beheerst dit als het...
- Kan twee groepen vergelijken door de voorwerpen één-op-één aan elkaar te koppelen
- Kan na het tellen van beide groepen zeggen welke er meer of minder heeft
- Kan woorden als 'evenveel als', 'meer dan', 'minder dan', 'het meest' en 'het minst' gebruiken
Vraag eens aan je kind
Als je 6 rozijnen in de ene hand legt en 4 in de andere en aan je kind vraagt welke hand er meer heeft, kan hij of zij dat dan bepalen, door te tellen of gewoon door te kijken?
Eerst dit
- Voorwerpen tellen tot 20 Een verzameling kunnen tellen helpt bij het vergelijken van groepen, maar jongere kinderen (in Groot-Brittannië vanaf 4 jaar) kunnen ook vergelijken door te matchen, zonder dat ze al tot 20 kunnen tellen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Getallen vergelijken tot 10 Geschreven cijfers vergelijken is de symbolische vorm van hoeveelheden vergelijken: begrip van vergelijken helpt daarbij, maar is niet per se noodzakelijk.
- Sorteren in categorieën Categorieën sorteren op aantal is makkelijker als je kind al hoeveelheden kan vergelijken.
- Vroege rekentaal Groepen vergelijken oefent het nauwkeurig gebruiken van 'meer dan', 'minder dan' en 'gelijk aan'.