Rekenen

Meten

68 onderwerpen, van eerste kennismaking tot beheersing. De groepen bij elk onderwerp zijn een richtlijn.

Je kind leert over meten in het dagelijks leven: de klok lezen op het hele en halve uur, lengtes en gewichten van voorwerpen vergelijken, geld begrijpen en tijdwoorden gebruiken zoals gisteren en morgen.

Je kind leert praktische meetvaardigheden: de klok lezen tot op vijf minuten nauwkeurig, lengte en inhoud meten met standaardmaten, en omgaan met geld, waaronder wisselgeld teruggeven.

Je kind leert praktische meetvaardigheden: het gebruikt een liniaal en andere hulpmiddelen om lengte, gewicht en inhoud nauwkeurig te meten, rekent met geld en leest de klok tot op de minuut nauwkeurig.

Je kind leert de wereld om zich heen te meten: oppervlaktes en omtrekken berekenen, omrekenen tussen verschillende eenheden zoals meters en kilometers, en tijdsproblemen oplossen met zowel analoge als digitale klokken.

Je kind beheerst steeds geavanceerdere meetvaardigheden: de oppervlakte en omtrek van vormen berekenen, werken met breuken in metingen, omrekenen tussen verschillende eenheden, en praktijkproblemen oplossen met afstand, tijd en inhoud.

Je kind beheerst steeds geavanceerdere meetvaardigheden: inhoud en oppervlakte berekenen met formules, omrekenen tussen verschillende meeteenheden, en praktijkproblemen oplossen met lengte, gewicht en inhoud.