Omtrek (10+ jaar)
Herkent dat vormen met dezelfde oppervlakte een verschillende omtrek kunnen hebben en andersom; onderzoekt dit verband op een systematische manier
Je kind beheerst dit als het...
- Tekent twee rechthoeken met een oppervlakte van 24 cm², maar met een verschillende omtrek
- Vindt twee vormen met een omtrek van 20 cm, maar met een verschillende oppervlakte
- Legt uit waarom een lange smalle rechthoek en een vierkant dezelfde oppervlakte kunnen hebben, maar een verschillende omtrek
Vraag eens aan je kind
Kan je kind, met 12 vierkante tegels om mee te schuiven, verschillende rechthoeken maken en merken dat de oppervlakte steeds gelijk blijft (12 tegels), maar de omtrek steeds anders is?
Eerst dit
- Antwoorden schatten (vanaf 9 jaar) Om het verband tussen oppervlakte en omtrek te onderzoeken, moet je kind eerst de formules voor oppervlakte en omtrek kennen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.