RekenenMeten

groep 1 t/m 2richtlijn

Gebeurtenissen in de tijd ordenen

Gebeurtenissen in chronologische volgorde zetten met woorden als voor, na, dan, eerst, vandaag, gisteren, morgen, ochtend, middag, avond

Je kind beheerst dit als het...

Vraag eens aan je kind

Als je je kind vraagt om in de juiste volgorde te vertellen wat er vanochtend gebeurde, gebruikt je kind dan woorden als "eerst", "toen" en "daarna", en zet je kind het ontbijt voor het vertrek naar school?

Daarna verder met