Rekenen met meeteenheden
Meet, vergelijkt, telt op en trekt af met lengtes (m/cm/mm), gewicht (kg/g) en inhoud (l/ml), met gebruik van standaardeenheden
Je kind beheerst dit als het...
- Meet een lengte in centimeters en millimeters
- Weegt een voorwerp in grammen en kilogrammen
- Telt twee metingen in dezelfde eenheid bij elkaar op (bijvoorbeeld 250 ml + 400 ml = 650 ml)
Vraag eens aan je kind
Als je kind 350 ml in een kan giet en er dan nog 275 ml bij doet, lukt het je kind dan om het totaal te berekenen, en te vertellen hoeveel er nog bij moet om op 1 liter te komen?
Eerst dit
- De juiste meeteenheid kiezen Bouwt voort op het meten met standaardmaten uit groep 3, en breidt dit uit met millimeters en het optellen en aftrekken van maten.
- Metingen vergelijken en op volgorde zetten Na het vergelijken en op volgorde zetten van maten, leert je kind ze nu ook optellen en aftrekken.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Geldbedragen schatten en vergelijken Meten met standaardmaten is een voorwaarde om maten te kunnen schatten en berekenen.
- Maateenheden omrekenen Meten met standaardeenheden is een voorwaarde om te kunnen omrekenen tussen eenheden
- Omtrek meten De omtrek meten vereist dat je kind lengtes kan meten en optellen
- Vloeistoffen en gewicht meten Eerdere ervaring met het meten van gewicht en inhoud in standaardmaten helpt bij het formeel meten met gram, kilogram en liter.
- Breuken begrijpen (7+) Eenheden vermelden bij het meten oefent nauwkeurigheid
- De bouw van de piramides Weten hoe lengte en gewicht gemeten worden, helpt je kind te beseffen hoe knap het is om stenen blokken van meerdere tonnen te verplaatsen en te tillen.