Verhoudingsvraagstukken
Vraagstukken oplossen over de onderlinge verhouding van twee hoeveelheden, waarbij je ontbrekende waarden vindt met vermenigvuldigen en delen met hele getallen
Je kind beheerst dit als het...
- Als de verhouding rode tot blauwe kralen 3:5 is en er zijn 15 blauwe kralen, het aantal rode kralen bepalen
- Vermenigvuldigen gebruiken om de ontbrekende waarde te vinden: 'Voor elke 2 appels zijn er 5 sinaasappels; als er 20 sinaasappels zijn, hoeveel appels zijn er dan?'
- Het vermenigvuldigingsverband tussen twee hoeveelheden in een verhoudingsvraagstuk uitleggen
Vraag eens aan je kind
Als een recept 3 eieren gebruikt voor elke 200 gram bloem, kan je kind dan uitrekenen hoeveel eieren er nodig zijn voor 600 gram bloem?
Eerst dit
- Percentages (vanaf 9 jaar) Om vraagstukken over relatieve groottes op te lossen, moet je kind de begrippen 'verhouding', 'evenredigheid' en 'relatieve grootte' kennen.
- Staafmodellen voor verhoudingen Vraagstukken over relatieve groottes worden het best aangepakt door eerst een strookmodel te tekenen om de relatie inzichtelijk te maken.
- Vermenigvuldigend vergelijken Denken in verhoudingen bouwt voort op het vermenigvuldigend vergelijken uit groep 6.
- Breuken vermenigvuldigen (10+) Denken in verhoudingen hangt samen met het vermenigvuldigen van breuken.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Breuken begrijpen Ongelijk verdelen is eigenlijk denken in verhoudingen, toegepast in een concrete situatie.
- Schaal en gelijkvormige vormen Vraagstukken over schaalfactor zijn een specifieke toepassing van verhoudingen.
- Verbanden tussen getalpatronen Het verband tussen bijbehorende getallen sluit aan bij redeneren met verhoudingen