Schaal en gelijkvormige vormen
Lost problemen op met gelijkvormige vormen waarbij de schaalfactor bekend is of gevonden kan worden
Je kind beheerst dit als het...
- Vindt de ontbrekende zijde van een gelijkvormige rechthoek bij een schaalfactor van 3
- Bepaalt de schaalfactor tussen twee gelijkvormige driehoeken aan de hand van gegeven zijden
- Gebruikt een schaalfactor om een vorm te vergroten of te verkleinen en controleert dat alle zijden dezelfde verhouding hebben
Vraag eens aan je kind
Als je kind een schaaltekening heeft waarbij 1 cm gelijkstaat aan 5 m en een kamer op de tekening 3,5 cm meet, kan je kind dan de echte lengte van de kamer berekenen?
Eerst dit
- Percentages (vanaf 9 jaar) Voor gelijkvormige figuren en schaal moet je kind de begrippen 'schaal', 'gelijkwaardig' en 'verhouding' kennen.
- Verhoudingsvraagstukken Vraagstukken over schaalfactor zijn een specifieke toepassing van verhoudingen.
- Vormen indelen op eigenschappen Voor gelijkvormigheid moet je kind de eigenschappen van vormen begrijpen: gelijke hoeken en zijden die in verhouding staan.
- Antwoorden schatten (vanaf 9 jaar) Vraagstukken over schaalfactor gaan vaak over het berekenen van lengtes, omtrekken en oppervlaktes op schaal.
- Staafmodellen voor verhoudingen Vraagstukken over schaalfactor bij gelijkvormige figuren kunnen worden weergegeven met verhoudingsstroken.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Coördinaten (vanaf 12 jaar) Vergroten bouwt voort op eerder werk met schaalfactor en gelijkvormige figuren.
- Schaal en gelijkvormige vormen (11+) Schaaldiagrammen en kaarten bouwen voort op het werk met schaalfactor en gelijkvormige figuren uit de bovenbouw van de basisschool
- Wiskundig modelleren in de praktijk Opgaven met schaalfactor zijn een belangrijk onderdeel van praktische rekenproblemen in groep 8.