Breuken begrijpen
Lost problemen op over ongelijk verdelen en groeperen met behulp van kennis van breuken en veelvouden
Je kind beheerst dit als het...
- Verdeelt 40 snoepjes tussen twee kinderen in de verhouding 3:5
- Lost op: 'Tom krijgt twee keer zoveel als Sam en Sam krijgt drie keer zoveel als Jo. Als er in totaal 30 zijn, hoeveel krijgt ieder dan?'
- Legt met kennis van breuken uit waarom verdelen in de verhouding 2:3 betekent dat iemand 2/5 van het totaal krijgt
Vraag eens aan je kind
Als drie vrienden een zak van 24 snoepjes verdelen zodat één persoon twee keer zoveel krijgt als ieder van de anderen, kan je kind dan uitrekenen hoeveel ieder krijgt?
Eerst dit
- Breuken vereenvoudigen Om te begrijpen welk deel iets is van het geheel, moet je kind breuken kunnen vereenvoudigen en gelijknamig maken.
- Percentages (vanaf 9 jaar) Bij ongelijk verdelen heeft je kind woorden nodig zoals 'verhouding', 'ongelijk', 'deel-deel' en 'evenredigheid'.
- Staafmodellen voor verhoudingen Ongelijk verdelen is het schoolvoorbeeld voor het gebruik van een strookdiagram, want dat visuele model laat precies zien hoe de som in elkaar zit.
- Verhoudingsvraagstukken Ongelijk verdelen is eigenlijk denken in verhoudingen, toegepast in een concrete situatie.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Hoeveelheden verdelen in verhouding Hoeveelheden verdelen in een verhouding bouwt voort op de KS2-vraagstukken over ongelijk verdelen
- Verhoudingsnotatie Notatie en vereenvoudiging van verhoudingen bouwt voort op het ongelijk verdelen en groeperen met verhoudingen uit eerdere leerjaren.
- Complexe vraagstukken met meerdere stappen Verhoudingen en evenredigheid zijn belangrijke onderwerpen voor meerstapsopgaven in groep 8