Sociaal-emotionele ontwikkeling › Vriendschap en samenwerken
groep 6 t/m 7richtlijnZelfreflectie in relaties
Nadenken over de eigen rol en het eigen gedrag in relaties: patronen herkennen in hoe je kind met anderen omgaat, begrijpen wat het bijdraagt aan vriendschappen en aangeven waar het zich kan verbeteren als vriend of teamlid.
Je kind beheerst dit als het...
- Een patroon herkennen in het eigen sociale gedrag, zoals altijd de leiding willen nemen of confrontaties vermijden
- Beschrijven wat er goed gaat in relaties en één punt dat je kind zou willen verbeteren
- Een concreet sociaal doel stellen, zoals 'ik vraag anderen eerst naar hun idee voordat ik mijn eigen idee deel'
Vraag eens aan je kind
Kan je kind eerlijk nadenken over vriendschappen en iets zeggen als 'ik denk dat ik bij groepswerk soms alles overneem en ik probeer meer te luisteren', wat laat zien dat je kind zich bewust is van eigen sociale patronen?
Eerst dit
- Assertief communiceren Reflecteren op sociale patronen bouwt voort op assertieve communicatievaardigheden.
- Feedback geven en ontvangen Reflecteren op sociale situaties gaat makkelijker met ervaring in het geven en ontvangen van feedback.
- Je impact op anderen Nadenken over je eigen rol en gedrag in relaties bouwt voort op de basisvaardigheid om stil te staan bij het effect van je gedrag op anderen.
- Patronen in je eigen reacties Het herkennen van patronen in hoe je met anderen omgaat, is de toepassing binnen vriendschap van de basisvaardigheid om patronen op te merken.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Sociale signalen en groepsdynamiek Gevorderde vriendschapsvaardigheden bouwen voort op eerder geleerde sociale vaardigheden