Praktisch probleemoplossen
Kiest en gebruikt bekende hulpmiddelen (voorwerpen, vingers, een tienraam) om een rekenprobleem op te lossen
Je kind beheerst dit als het...
- Kiest blokjes, fiches of vingers om een optel- of aftrekprobleem op te lossen
- Gebruikt een tienraam om voorwerpen te ordenen bij het tellen of vergelijken
- Legt uit waarom een bepaald hulpmiddel (bijvoorbeeld blokjes in plaats van vingers) gekozen is voor een bepaald probleem
Vraag eens aan je kind
Grijpt je kind tijdens het rekenen naar handige hulpmiddelen, zoals vingers, fiches of een getallenlijn, om het denkwerk te ondersteunen?
Eerst dit
- Voorwerpen tellen tot 20 Om voorwerpen te tellen, moet je kind eerst leren welke hulpmiddelen daarbij passen, zoals blokjes en telramen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Getallen op de getallenlijn Het bewust kiezen van rekenhulpmiddelen op 6 tot 7-jarige leeftijd (groep 3) bouwt voort op de vertrouwdheid met basishulpmiddelen op 5 tot 6-jarige leeftijd (groep 2).