Patronen herkennen en doortrekken
Herhaald redeneren herkennen en gebruiken om te generaliseren: rekenpatronen ontdekken, regels voor reeksen beschrijven, en uitkomsten voorspellen met bekende rekenfeiten
Je kind beheerst dit als het...
- Gebruikt een bekend dubbel-feit om een bijna-dubbele som op te lossen (bijvoorbeeld 6 + 7 = 6 + 6 + 1 = 13)
- Merkt op dat 10 aftrekken van een getal van twee cijfers het tientallencijfer altijd met 1 verlaagt
- Beschrijft een regel voor een patroon en gebruikt die om het door te trekken of te voorspellen (bijvoorbeeld 'elke keer dat we er 5 bij optellen, wisselt het laatste cijfer tussen 0 en 5')
Vraag eens aan je kind
Ontdekt je kind bij het oefenen van tafels of rekenpatronen een handige truc, zoals "als 6 x 7 = 42, dan moet 6 x 8 wel 48 zijn", en gebruikt je kind bekende feiten om sommen uit te rekenen die nog niet uit het hoofd worden gekend?
Eerst dit
- Slimme reken- en telmethodes Op leeftijd 6 tot 7 jaar patronen leren herkennen bouwt voort op het opmerken van herhalende patronen op leeftijd 5 tot 6 jaar
- 10 meer of 10 minder Uit het hoofd 10 meer of minder bepalen bouwt op het herkennen van patronen in de plaatswaarde
- Optellen en aftrekken tot 20 Het afleiden van sommen tot 20 uit bekende feiten (bijna-dubbelen, aanvullen tot tien) oefent het herkennen van patronen
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Patronen in de tafels doorzien Herhaald redeneren op 7-8 jarige leeftijd bouwt voort op wat je kind op 6-7 jarige leeftijd heeft geleerd.