Rekenen › Getalbegrip en plaatswaarde
groep 4richtlijn10 of 100 meer of minder
Berekenen wat 10 of 100 meer of minder is dan een gegeven getal tot 1000
Je kind beheerst dit als het...
- Benoemt bij een driecijferig getal wat 10 meer en 10 minder is
- Benoemt bij een driecijferig getal wat 100 meer en 100 minder is
- Legt de aanpak uit met behulp van inzicht in plaatswaarde (bijvoorbeeld: alleen het tiental- of honderdtalcijfer verandert)
Vraag eens aan je kind
Kan je kind snel in het hoofd uitrekenen wat '10 meer dan 342' of '100 minder dan 875' is, en weet daarbij welk cijfer verandert en welk hetzelfde blijft?
Eerst dit
- 10 meer of 10 minder 10 of 100 meer of minder bepalen binnen 1000 bouwt voort op 10 meer of minder bepalen bij tweecijferige getallen
- De drie cijfers van een driecijferig getal Vereist begrip van plaatswaarde bij driecijferige getallen om te zien welk cijfer verandert
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- 1.000 meer of minder 1000 meer of minder bepalen bouwt voort op het eerder geleerde 10 of 100 meer of minder bepalen
- In het hoofd honderdtallen optellen bij driecijferige getallen Bouwt voort op het bepalen van 100 meer of minder, door nu willekeurige veelvouden van 100 op te tellen.
- In het hoofd tientallen optellen bij driecijferige getallen Bouwt voort op het vinden van 10 meer of minder, en breidt dit uit naar het optellen van willekeurige veelvouden van 10
- Plaatswaarde tot 1000 Bij veel van deze vraagstukken gaat het om het bepalen van 10 of 100 meer of minder.