Sociaal-emotionele ontwikkeling › Vriendschap en samenwerken
groep 4 t/m 7richtlijnWoordenschat: communicatie
Woorden kennen en gebruiken die gaan over gezonde communicatie en conflicten, zoals assertief, passief, agressief, compromis, conflict, oplossing, bemiddelen, omstander, actieve omstander en groepsdruk, en het verschil begrijpen tussen deze uiteenlopende manieren van reageren
Je kind beheerst dit als het...
- Gebruikt het woord 'assertief' correct en maakt onderscheid met 'agressief', bijvoorbeeld: 'Assertief zijn betekent dat ik rustig zeg wat ik nodig heb'
- Legt uit wat 'conflictoplossing' betekent en beschrijft een strategie, zoals het gebruiken van 'ik-boodschappen'
- Gebruikt woorden als 'onderhandelen', 'grens' en 'respect' correct in een gesprek over vriendschappen
Vraag eens aan je kind
Kan je kind een meningsverschil met een vriend(in) beschrijven met woorden als 'conflict' of 'compromis', en uitleggen hoe assertieve communicatie verschilt van agressief of passief gedrag?
Daarna verder met
- Anderen helpen conflicten op te lossen Om te bemiddelen bij conflicten heeft je kind de juiste woorden nodig voor bemiddeling, conflict en oplossing.
- Assertief communiceren Om assertief te communiceren, moet je kind het verschil begrijpen tussen assertief, passief en agressief gedrag.
- Meningsverschillen oplossen met vrienden Het oplossen van meningsverschillen vraagt om woorden als conflict, oplossing en compromis.
- Feedback geven en ontvangen Constructieve feedback geven vraagt om woorden die je kind heeft geleerd bij assertief communiceren en het oplossen van conflicten.
- Goed samenwerken in een groep Effectief samenwerken in groepjes bouwt voort op Engelse woorden als 'cooperate' (samenwerken), 'compromise' (compromis sluiten) en 'conflict' (conflict)
- Rollen in een groep Om rollen binnen een groep te begrijpen, moet je kind woorden kennen zoals 'bemiddelaar', 'leider' en 'groepsdruk'.