Woorddelen als aanwijzing
Gebruikt kennis van veelvoorkomende Engelse uitgangen en voor- en achtervoegsels (-ed, -s, un-, -er) als aanwijzing voor de betekenis van onbekende woorden; begrijpt hoe het voorvoegsel un- de betekenis verandert
Dit onderwerp gaat specifiek over het Engels.
Je kind beheerst dit als het...
- Herkent dat de Engelse uitgang -ed de verleden tijd aangeeft (bijvoorbeeld 'jumped' = is al gebeurd)
- Legt uit hoe het Engelse voorvoegsel un- een woord het tegenovergestelde laat betekenen (bijvoorbeeld 'unhappy' = niet blij)
- Gebruikt woorddelen om de betekenis van een onbekend Engels woord te achterhalen
Vraag eens aan je kind
Als je kind een onbekend Engels woord ziet zoals "unhelpful" of "jumped", kan je kind dan het begin of het einde van het woord gebruiken om te achterhalen wat het betekent?
Eerst dit
- Vragen stellen over nieuwe woorden Aanwijzingen uit de context helpen bij het herkennen van de opbouw van woorden.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Stamwoorden en woordvormen Kennis van stamwoorden en verbuigingen bouwt voort op het besef van woordopbouw dat je kind al in leerjaar 1 opdeed.
- Woordfamilies en stamwoorden Inzicht in woordopbouw helpt bij het verkennen van woordfamilies.