Woordfamilies en stamwoorden
Onderzoekt woordfamilies rond een gemeenschappelijk stamwoord en begrijpt hoe woorden in vorm en betekenis samenhangen via gedeelde stammen, voorvoegsels en achtervoegsels (bijvoorbeeld solve → solution, solver, dissolve, insoluble)
Dit onderwerp gaat specifiek over het Engels.
Je kind beheerst dit als het...
- Bedenkt minstens 4 woorden uit dezelfde woordfamilie bij een gegeven stamwoord (bijvoorbeeld bij 'play': player, playful, replay, playground)
- Legt uit hoe woorden uit dezelfde familie in betekenis samenhangen (bijvoorbeeld 'solve, solution, dissolve gaan allemaal over het vinden van een antwoord of het uit elkaar laten vallen van iets')
- Gebruikt kennis van een woordfamilie om de betekenis van een onbekend familielid te voorspellen (bijvoorbeeld: als je 'act' kent, snap je makkelijker 'actor', 'action', 'react')
Vraag eens aan je kind
Als je kind het woord "cycle" kent, kan je kind dan bedenken wat verwante woorden zoals "recycle," "bicycle" of "cyclist" betekenen door na te denken over het gedeelde stamdeel?
Eerst dit
- Stamwoorden en woordvormen Woordfamilies bouwen voort op de stamwoorden en verbuigingen die je kind eerder al heeft geleerd.
- Woorddelen als aanwijzing Inzicht in woordopbouw helpt bij het verkennen van woordfamilies.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Griekse en Latijnse stammen voor woordbetekenis Kennis van Griekse en Latijnse stammen en voor- en achtervoegsels bouwt voort op het ontdekken van woordfamilies; je kind moet eerst snappen hoe woorden via een gedeelde stam samenhangen voordat het klassieke stammen systematisch gaat bestuderen.