TaalWoordenschat

groep 3 t/m 5richtlijn

Stamwoorden en woordvormen

Herkent veelvoorkomende Engelse stamwoorden en hun woordvormen (bijvoorbeeld look/looks/looked/looking), gebruikt voor- en achtervoegsels als aanwijzing voor de betekenis van een woord en begrijpt hoe achtervoegsels zelfstandige naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden vormen

Dit onderwerp gaat specifiek over het Engels.

Je kind beheerst dit als het...

Vraag eens aan je kind

Als je kind woorden ziet zoals "play," "plays," "played" en "playing," begrijpt je kind dan dat ze allemaal van hetzelfde stamwoord komen, en kan het elke vorm correct gebruiken?

Eerst dit

Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.

Daarna verder met