Vaktaal van klanken en letters
Kennen en gebruiken van de Engelse vaktaal voor klanken en letters, zoals phoneme (klank), grapheme (letter(s) voor een klank), GPC (de koppeling tussen letter en klank), blend (klanken samenvoegen), segment (een woord in klanken opdelen), digraph (twee letters voor één klank), CVC (medeklinker-klinker-medeklinker), vowel (klinker), consonant (medeklinker), syllable (lettergreep), root word (stam van een woord), suffix (achtervoegsel), prefix (voorvoegsel) en homophone (woorden die hetzelfde klinken maar iets anders betekenen), en begrijpen dat dit de bouwstenen zijn waarop het leren lezen in het Engels is gebaseerd
Je kind beheerst dit als het...
- Zegt de klanken van veelvoorkomende grapheme (letter(s) voor een klank), zoals 'sh', 'ch', 'th', 'ee' en 'igh', en gebruikt de woorden phoneme en grapheme op de juiste manier bij het uitleggen
- Voegt klanken samen om een onbekend woord te lezen en legt uit wat hij of zij doet met het woord blend
- Deelt een woord op in losse klanken om het te kunnen spellen en gebruikt het woord segment om dit proces te beschrijven
Vraag eens aan je kind
Als de leerkracht aan je kind vraagt om een woord te 'segmenten' in phonemes, of om een 'digraph' te herkennen, begrijpt hij of zij dan wat daarmee wordt bedoeld, en kan hij of zij de opdracht uitvoeren zonder in de war te raken?
Daarna verder met
- Achtervoegsels Spellingregels voor achtervoegsels in het Engels (medeklinkers verdubbelen, de -e laten vallen) vereisen dat je kind de Engelse begrippen 'suffix' (achtervoegsel), 'root word' (stam), 'vowel' (klinker) en 'consonant' (medeklinker) kent
- Alternatieve spellingen voor klanken Voor het kiezen van alternatieve schrijfwijzen bij Engelse klanken heeft je kind de begrippen 'grafeem', 'foneem', 'homofoon' en 'GPC' (grafeem-foneemkoppeling) nodig
- Het voorvoegsel un- Spellen met voorvoegsels vereist dat je kind 'voorvoegsel' en 'stamwoord' als aparte, benoemde begrippen kent
- Spellen uit dictee Om aangeleerde klank-letterkoppelingen (GPC's) uit het Engels toe te passen bij dictee, moet je kind eerst weten wat een GPC is.
- Voorvoegsels (7+) Om woorden met verschillende voorvoegsels te kunnen spellen, moet je kind eerst de begrippen 'voorvoegsel' en 'stamwoord' kennen.
- Woorden in klanken opdelen Om woorden in fonemen te knippen en CVC-woorden te spellen, moet je kind de begrippen 'foneem', 'segmenteren' en 'CVC' kennen
- Woorduitgangen spellen Spellen met achtervoegsels vereist dat je kind de begrippen 'achtervoegsel' en 'stamwoord' kent en begrijpt hoe achtervoegsels aan een woord worden toegevoegd.
- Homofonen Om homofonen te herkennen, moet je kind eerst weten wat de term homofoon betekent.