Homofonen
Herkent het verschil tussen veelvoorkomende homofonen en bijna-homofonen die passen bij deze leeftijd (bijvoorbeeld accept/except, affect/effect, brake/break, grate/great) en spelt ze correct, inclusief de /eɪ/-klank die geschreven wordt als ei, eigh of ey
Je kind beheerst dit als het...
- Spelt paren van homofonen correct in een zin (bijvoorbeeld 'there/their/they're', 'brake/break', 'grate/great')
- Kiest het juiste homofoon om een zin aan te vullen (bijvoorbeeld 'The dog wagged its/it's tail')
- Spelt woorden met de /eɪ/-klank als ei, eigh of ey (bijvoorbeeld vein, eight, they, neighbour)
Vraag eens aan je kind
Gebruikt je kind bij het schrijven de juiste spelling voor woorden die hetzelfde klinken maar iets anders betekenen, zoals "brake" (op een fiets) en "break" (iets kapotmaken)?
Eerst dit
- Alternatieve spellingen voor klanken De homofonen uit dit leerjaar bouwen voort op de alternatieve spellingen en homofonen die je kind eerder heeft geleerd.
- Vaktaal van klanken en letters Om homofonen te herkennen, moet je kind eerst weten wat de term homofoon betekent.
- Veelvoorkomende Engelse woorden herkennen Kennis van uitzonderingswoorden helpt je kind om homofonen van elkaar te onderscheiden.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Homofonen (9+ jaar) De homoniemen uit groep 7-8 (zoals affect/effect, practice/practise) bouwen voort op het homoniemenprogramma van groep 5-6.