Woorduitgangen spellen
Spellen van woorden met veelvoorkomende achtervoegsels (-s/-es voor meervoud en werkwoorden in de derde persoon, -ing, -ed, -er, -est), in gevallen waarbij de stam van het woord niet verandert
Je kind beheerst dit als het...
- Voegt op de juiste manier -s of -es toe om het meervoud te vormen, zoals 'cats' en 'boxes'
- Spelt woorden met de uitgang -ing of -ed, zoals 'jumping' en 'helped'
- Voegt -er en -est toe aan bijvoeglijke naamwoorden, zoals 'quicker' en 'quickest'
Vraag eens aan je kind
Voegt je kind de juiste uitgang toe (zoals "dogs" of "jumping") zonder spelfouten te maken, wanneer hij of zij schrijft over meer dan één ding of over iets dat nu gebeurt?
Eerst dit
- Vaktaal van klanken en letters Spellen met achtervoegsels vereist dat je kind de begrippen 'achtervoegsel' en 'stamwoord' kent en begrijpt hoe achtervoegsels aan een woord worden toegevoegd.
- Woorden in klanken opdelen Je kind moet stamwoorden goed kunnen spellen voordat het er achtervoegsels aan toevoegt.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Achtervoegsels De achtervoegselregels van Y2 bouwen voort op de basisspelling van achtervoegsels uit Y1
- Achtervoegsels (7+) De basisregels voor het spellen van Engelse achtervoegsels uit Y1 vormen hiervoor de basis.