Rekenen › Vermenigvuldigen en delen
groep 5richtlijnRekeneigenschappen toepassen
Rekentrucs gebruiken, zoals getallen in een andere volgorde vermenigvuldigen of een som opsplitsen, om vermenigvuldigen en delen makkelijker te maken
Je kind beheerst dit als het...
- Weten dat de volgorde niet uitmaakt: als 6 × 4 = 24, dan is 4 × 6 ook 24
- Een som opsplitsen om die makkelijker te maken: 8 × 7 = 8 × 5 + 8 × 2 = 40 + 16 = 56
- Drie getallen vermenigvuldigen door ze handig te groeperen: 2 × 3 × 5 = 6 × 5 = 30
Vraag eens aan je kind
Kan je kind trucs gebruiken, zoals een getal opsplitsen, om '6 × 14' uit te rekenen als '6 × 10 + 6 × 4 = 60 + 24 = 84', zodat vermenigvuldigen makkelijker wordt?
Eerst dit
- Vermenigvuldigen mag je omdraaien Alle drie de eigenschappen toepassen bouwt voort op wat je kind al eerder leerde over het wisselen van de volgorde bij vermenigvuldigen
- Wat vermenigvuldigen betekent Om deze eigenschappen te gebruiken, moet je kind eerst begrijpen wat vermenigvuldigen betekent
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Patronen in de tafels Het verklaren van patronen maakt gebruik van de eigenschappen van rekenkundige bewerkingen.
- Factorparen en de wisseleigenschap Het gebruiken van de wisseleigenschap bij factorparen bouwt voort op het begrijpen van rekenkundige eigenschappen.
- Vermenigvuldigen en optellen combineren Bij het oplossen van deze vraagstukken leert je kind bewust vermenigvuldigen slim op te splitsen in kleinere stukken.