Rekenen › Vermenigvuldigen en delen
groep 5richtlijnFactorparen en de wisseleigenschap
Herkent en gebruikt factorparen en de wisseleigenschap bij hoofdrekenen
Je kind beheerst dit als het...
- Noemt alle factorparen van een gegeven getal op (bijvoorbeeld van 24: 1×24, 2×12, 3×8, 4×6)
- Gebruikt de wisseleigenschap om een vermenigvuldigsom anders te ordenen, zodat hoofdrekenen makkelijker wordt
- Legt uit wat een factorpaar is en hoe de wisseleigenschap daarbij helpt
Vraag eens aan je kind
Ziet je kind bij het uitrekenen van '4 × 15' dat het handig is om dit te splitsen in '4 × 5 × 3 = 20 × 3 = 60', door factorparen te gebruiken om de som makkelijker te maken?
Eerst dit
- Alle tafels tot en met 12 Om factorparen te vinden, moet je kind de tafels vlot kennen.
- Rekeneigenschappen toepassen Het gebruiken van de wisseleigenschap bij factorparen bouwt voort op het begrijpen van rekenkundige eigenschappen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Delers, veelvouden en priemgetallen Je kind moet in groep 6 al factorparen kunnen herkennen voordat het systematisch alle factorparen kan vinden