Rekenen › Vermenigvuldigen en delen
groep 5richtlijnVermenigvuldigen en optellen combineren
Sommen oplossen waarin vermenigvuldigen en optellen worden gecombineerd, zoals het opsplitsen van een getal, sommen met een schaal, en lastigere combinatievraagstukken
Je kind beheerst dit als het...
- 14 × 6 opsplitsen in 10 × 6 + 4 × 6 om de som op te lossen
- Een schaalsom oplossen (bijvoorbeeld: 'Een toren is 3 keer zo hoog als een gebouw van 15 meter, hoe hoog is de toren?')
- Een combinatievraagstuk oplossen (bijvoorbeeld: '3 soorten brood, 4 soorten beleg, hoeveel verschillende boterhammen kun je maken?')
Vraag eens aan je kind
Als je kind '5 × 23' moet uitrekenen, splitst hij/zij dit dan op in '5 × 20 + 5 × 3 = 100 + 15 = 115', in plaats van meteen een schriftelijke methode te gebruiken?
Eerst dit
- Cijferend vermenigvuldigen Voor deze vraagstukken moet je kind schriftelijk kunnen vermenigvuldigen.
- Vermenigvuldigen en delen in meerdere stappen Deze moeilijkere vraagstukken bouwen voort op de schaal- en verhoudingsvraagstukken die je kind al eerder heeft geleerd.
- Rekeneigenschappen toepassen Bij het oplossen van deze vraagstukken leert je kind bewust vermenigvuldigen slim op te splitsen in kleinere stukken.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Delen met rest Probleemoplossen met vermenigvuldigen en delen uit Y4 is een voorwaarde voor meerstaps opgaven met alle vier de bewerkingen