Sociaal-emotionele ontwikkeling › Zelfbeheersing en veerkracht
groep 4 t/m 5richtlijnPositieve zelfspraak
Positieve zelfspraak gebruiken om lastige situaties het hoofd te bieden: onhandige gedachten zoals 'ik ben dom' of 'dit ga ik nooit kunnen' vervangen door bemoedigende gedachten zoals 'dit is moeilijk, maar ik kan het blijven proberen' of 'ik heb al vaker iets moeilijks voor elkaar gekregen'
Je kind beheerst dit als het...
- Geeft een voorbeeld van een onhandige gedachte en herformuleert die tot een behulpzame gedachte
- Gebruikt hardop of op papier positieve zelfspraak bij een uitdaging
- Legt uit hoe de dingen die je tegen jezelf zegt invloed hebben op hoe je je voelt en presteert
Vraag eens aan je kind
Merkt je kind het op bij huiswerk wanneer de gedachte 'ik kan hier niks van' opkomt, en lukt het om die te vervangen door iets behulpzamers, zoals 'ik moet het gewoon op een andere manier proberen'?
Eerst dit
- Simpele manieren om te kalmeren Positieve zelfspraak bouwt voort op basisstrategieën om tot rust te komen.
- Woordenschat: veerkracht en zelfmanagement Om positieve zelfspraak te oefenen, moet je kind eerst weten wat zelfspraak is en het verschil kennen met opdringerige negatieve gedachten.
- Groeimindset Zelfspraak wordt versterkt door een groeimindset: het besef dat je jezelf kunt ontwikkelen door te oefenen.
- Woordenschat voor gevoelens Zelfspraak gaat makkelijker als je kind een ruimere woordenschat heeft om gevoelens te benoemen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Assertief communiceren Assertief communiceren gaat makkelijker als je kind zichzelf positief kan toespreken.