Breuken van een geheel (10+)
Een breuk begrijpen als een deling van de teller door de noemer (a/b = a : b); praktische vraagstukken oplossen waarbij het delen van hele getallen leidt tot een antwoord in breuken of gemengde getallen
Je kind beheerst dit als het...
- Legt uit dat 3/4 hetzelfde is als 3 : 4 en controleert dit door te laten zien dat 3/4 × 4 = 3
- Lost op: '9 mensen verdelen een zak van 50 pond eerlijk. Hoeveel pond krijgt ieder?' en schrijft het antwoord als 5 5/9
- Gebruikt een visueel model om te laten zien dat het verdelen van 3 hele onder 4 personen ieder 3/4 oplevert
Vraag eens aan je kind
Als je kind 3 pizza's eerlijk deelt onder 4 vrienden, lukt het om uit te rekenen welk deel iedereen krijgt, en uit te leggen waarom 3 : 4 hetzelfde antwoord geeft als 3/4?
Eerst dit
- Breuken vermenigvuldigen Begrijpen dat een breuk ook een deling is, bouwt voort op het vermenigvuldigen van een breuk met een heel getal (omgekeerde redenering)
- Delen met rest (vanaf 10 jaar) Delen dat uitkomt op een breuk sluit aan bij de staartdeling die je kind al kent
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Decimalen en breuken (10+) Om breuken om te zetten naar decimalen, moet je kind eerst begrijpen dat een breuk ook een deling is.
- Stambreuken delen Als je kind snapt dat een breuk ook een deling is, helpt dat om 1/3 ÷ 4 te kunnen uitrekenen.
- Delen door breuken Inzicht in een breuk als deling helpt je kind te redeneren over de uitkomst van een deling.