Delen door breuken
Een heel getal delen door een stambreuk begrijpen en berekenen (bijvoorbeeld 4 : 1/5 = 20); met een visueel model en het verband tussen vermenigvuldigen en delen uitleggen waarom de uitkomst groter is dan het getal waarmee je begint
Je kind beheerst dit als het...
- Berekent 4 : 1/5 = 20 en legt uit: 'Hoeveel vijfden passen er in 4 hele?'
- Bedenkt een verhaaltje bij 6 : 1/4 en lost dit op
- Controleert 4 : 1/5 = 20 door te laten zien dat 20 × 1/5 = 4
Vraag eens aan je kind
Als je 4 meter lint hebt en voor elke strik 1/5 meter nodig is, kan je kind uitrekenen hoeveel strikken je kunt maken, en uitleggen waarom het antwoord groter is dan 4?
Eerst dit
- Breuken vermenigvuldigen (10+) Bij het delen van een heel getal door een stambreuk gebruikt je kind de omgekeerde bewerking van vermenigvuldigen met een breuk.
- Breuken van een geheel (10+) Inzicht in een breuk als deling helpt je kind te redeneren over de uitkomst van een deling.
- Stambreuken delen Begrijpen hoe je een stambreuk deelt door een heel getal helpt je kind het verschil te zien met een heel getal delen door een stambreuk.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Stambreuken en hele getallen delen Voor deze redactiesommen moet je kind een geheel getal kunnen delen door een stambreuk.