Woordenschat voor verhoudingen
Kent en gebruikt gevorderde begrippen rond verhoudingen, zoals directe evenredigheid, omgekeerde evenredigheid, verhouding, tempo, verhouding per eenheid, samengestelde eenheid en schaalfactor, correct bij het oplossen van problemen
Je kind beheerst dit als het...
- Maakt met voorbeelden uit het dagelijks leven onderscheid tussen 'directe evenredigheid' en 'omgekeerde evenredigheid'
- Gebruikt de begrippen 'tempo', 'snelheid' en 'dichtheid' correct en legt uit in welke eenheden ze gemeten worden
- Rekent met samengestelde grootheden, bijvoorbeeld door de snelheid te berekenen van een auto die 120 mijl aflegt in 2 uur
Vraag eens aan je kind
Als je kind een probleem oplost over snelheid of dichtheid, kan je kind dan uitleggen wat 'samengestelde eenheid' betekent en het verschil aangeven tussen directe evenredigheid (meer van het één betekent meer van het ander) en omgekeerde evenredigheid (meer van het één betekent minder van het ander)?
Daarna verder met
- Evenredigheid Recht evenredig en omgekeerd evenredig verband kan je kind alleen goed begrijpen als het deze twee begrippen goed van elkaar kan onderscheiden.
- Hoeveelheden verdelen in verhouding Om iets in een gegeven verhouding te verdelen moet je kind de begrippen 'verhouding', 'deel-op-deel' en 'deel-op-geheel' kennen
- Samengestelde eenheden Samengestelde eenheden zoals snelheid en dichtheid vragen dat je kind de begrippen 'samengestelde eenheid', 'verhouding', 'snelheid' en 'dichtheid' kent en kan benoemen
- Schaal en gelijkvormige vormen (11+) Voor schaaldiagrammen en kaarten moet je kind precies weten wat een 'schaalfactor' is
- Verhoudingsnotatie Notatie van verhoudingen (a:b) vereist dat je kind de begrippen 'verhouding', 'vereenvoudigen' en 'gelijkwaardig' al kent.
- Verhoudingsnotatie en relaties Voor het werken met vermenigvuldigende verhoudingen heeft je kind de woorden 'vermenigvuldigende relatie', 'rechtevenredigheid' en 'verhouding' nodig.
- Eén hoeveelheid als breuk van een andere Als je kind de ene hoeveelheid als breuk van een andere uitdrukt, gebruikt het de begrippen 'verhouding' en 'vermenigvuldigende relatie'
- Eenheden omrekenen Het omrekenen van eenheden bouwt voort op de begrippen 'verhouding', 'eenheidswaarde' en 'schaalfactor'.
- Percentages (vanaf 12 jaar) Bij vraagstukken over procentuele toename en afname gebruikt je kind woorden als 'verhouding', 'evenredigheid' en 'vermenigvuldigend verband'.
- Percentages als breuken De definitie van percentage als delen per honderd bouwt voort op de basiswoordenschat rond percentages en maakt die preciezer