Weten wat je niet weet
Je kind houdt zijn eigen hiaten in de woordenschat in de gaten: het merkt woorden op die het half kent, onderscheidt zekere van onzekere kennis en ontwikkelt manieren om die onzekerheid op te lossen.
Je kind beheerst dit als het...
- Onderzoek naar de Noticing Unfamiliar Words Assessment (vanaf groep 4)
- onderzoek naar woordbewustzijn en metacognitie over woordenschat
- het e-boek Building Word Knowledge (PMC 2019)
Vraag eens aan je kind
Als je kind een woord tegenkomt dat hij of zij half kent, waarbij de betekenis wel te raden is maar niet zeker, merkt hij of zij dat dan op en doet er iets mee, zoals het opzoeken of ernaar vragen?
Eerst dit
- Leren van fouten Hiaten in de woordenschat opsporen is een vorm van foutenanalyse: dezelfde gewoonte om te onderzoeken wat je kind nog niet helemaal weet, maar dan toegepast op woordkennis
- Letterlijke tekst versus eigen interpretatie Om hiaten in zijn woordenschat op te sporen, moet je kind onderscheid kunnen maken tussen wat het echt begrijpt en wat het heeft afgeleid of aangenomen: hetzelfde bewustzijn van letterlijke versus afgeleide betekenis, maar dan toegepast op woordkennis
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Reflecteren op taalgebruik Nadenken over jezelf als taalgebruiker houdt ook in dat je je bewust wordt van hoe groot je woordenschat is en waar de hiaten zitten, in verschillende stijlen en situaties.