Natuur en techniek › Systemen van de aarde
groep 2richtlijnWeerpatronen dichtbij huis
Waarnemingen van het weer in de buurt gebruiken en delen om patronen over een periode te beschrijven, door temperatuur, neerslag en andere omstandigheden bij te houden
Je kind beheerst dit als het...
- Dagelijks het weer waarnemen en bijhouden (temperatuur, bewolking, neerslag, wind)
- Patronen herkennen in weergegevens over meerdere dagen of weken
- Waarnemingen gebruiken om eenvoudige voorspellingen te doen over het weer dat eraan komt
Vraag eens aan je kind
Heeft je kind een week of langer een weerdagboek bijgehouden, met daarin of het zonnig, regenachtig of winderig was, en zijn er patronen opgevallen?
Eerst dit
- Seizoensveranderingen Je kind moet eerst de seizoenen zien veranderen voordat het weerpatronen systematisch gaat bijhouden
- Dagen, weken, maanden en jaren Het weer in de buurt een tijd lang bijhouden vraagt om woorden voor dagen, weken en maanden
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Seizoensveranderingen (vanaf 8 jaar) Je kind moet eerst weerwaarnemingen vastleggen voordat het gegevens kan ordenen in tabellen en grafieken om seizoenspatronen te zien
- Weerinstrumenten gebruiken Het weer meten hangt nauw samen met het observeren en bijhouden van het weer, wat je kind al leert in de klas