Natuur en techniek › Systemen van de aarde
groep 2richtlijnSeizoensveranderingen
Observeert veranderingen door de vier seizoenen heen en beschrijft het weer dat bij elk seizoen hoort, inclusief hoe de daglengte varieert
Je kind beheerst dit als het...
- Noemt de vier seizoenen en beschrijft het typische weer per seizoen
- Beschrijft hoe de daglengte door het jaar heen verandert (langer in de zomer, korter in de winter)
- Geeft voorbeelden van veranderingen in de natuur die bij elk seizoen horen (zoals bladeren, bloemen, dierengedrag)
Vraag eens aan je kind
Kan je kind vertellen wat er in elk seizoen gebeurt, zoals bladeren die vallen in de herfst en sneeuw in de winter, en merken dat de dagen in de winter korter zijn en in de zomer langer?
Eerst dit
- Dagen, weken, maanden en jaren Om seizoensveranderingen te kunnen waarnemen en beschrijven, moet je kind eerst basiswoorden over tijd kennen, zoals maanden, seizoenen en jaar.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Weerpatronen dichtbij huis Je kind moet eerst de seizoenen zien veranderen voordat het weerpatronen systematisch gaat bijhouden
- Weersverwachting & veiligheid Je kind moet eerst weer en seizoenen observeren, voordat het begrijpt waarom weersvoorspellingen nuttig zijn.
- Seizoenen & weerpatronen Seizoenen en weerpatronen sluiten aan bij het onderwerp de vier seizoenen
- Vormen van land en water Het waarnemen van seizoenen ondersteunt het begrijpen van land- en waterkenmerken.
- Waarom de seizoenen veranderen Het waarnemen van seizoensveranderingen helpt bij het herkennen van patronen in de lengte van de dag
- Zonlicht warmt dingen op Het observeren van de seizoenen helpt te begrijpen hoe zonlicht voor warmte zorgt.