Natuur en techniek › Systemen van de aarde
groep 5richtlijnSeizoensveranderingen (vanaf 8 jaar)
Verwerkt gegevens in tabellen en grafieken om te beschrijven welk weer typisch is voor een bepaald seizoen
Je kind beheerst dit als het...
- Verzamelt weergegevens en zet ze in een tabel (temperatuur, neerslag, bewolking)
- Maakt een grafiek (staafdiagram, pictogram) die het weerpatroon van een seizoen laat zien
- Gebruikt de gegevens om het typische weer voor dat seizoen te beschrijven en te vergelijken met andere seizoenen
Vraag eens aan je kind
Kan je kind een paar weken lang weergegevens verzamelen, deze in een grafiek zetten en aan de hand daarvan beschrijven welk weer typisch is voor die tijd van het jaar?
Eerst dit
- Weerpatronen dichtbij huis Je kind moet eerst weerwaarnemingen vastleggen voordat het gegevens kan ordenen in tabellen en grafieken om seizoenspatronen te zien
- Getallen weergeven met voorwerpen (vanaf 8 jaar) Het maken van grafieken van weergegevens bouwt voort op de vaardigheid om staafdiagrammen met een schaalverdeling te lezen uit het rekenen
- Staafdiagrammen Weergegevens in grafieken weergeven vraagt de vaardigheden voor staafdiagrammen en tijdgrafieken die je kind bij rekenen leert
- Verdamping en condensatie Het weergeven van seizoensgebonden weergegevens maakt gebruik van woorden als neerslag en verdamping
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Weer versus klimaat Je kind moet eerst seizoensgebonden weerpatronen begrijpen voordat het het verschil tussen weer en klimaat in verschillende gebieden kan leren
- Weerkaarten lezen Weergegevens interpreteren sluit aan bij het werken met weertabellen en -grafieken uit het lesprogramma.