Natuur en techniek › Weer en klimaat
groep 4 t/m 5richtlijnWeerinstrumenten gebruiken
Gebruikt weerinstrumenten om weergegevens te meten en vast te leggen: thermometers voor de temperatuur in °C, regenmeters voor neerslag, windwijzers voor de windrichting en windmeters voor de windsnelheid, en houdt hier een weerdagboek van bij
Je kind beheerst dit als het...
- Noemt minstens drie weerinstrumenten en legt uit wat elk instrument meet
- Leest een thermometer af en noteert de temperatuur in graden Celsius
- Legt weergegevens vast in een tabel of dagboek, over meerdere dagen
Vraag eens aan je kind
Zou je kind, met een thermometer, regenmeter en windwijzer op school, dagelijks metingen kunnen doen, deze in een tabel kunnen noteren en patronen kunnen ontdekken over een week of maand?
Eerst dit
- Soorten weer Om het weer te meten, moet je kind eerst de verschillende soorten weer kennen
- Temperatuur & thermometers Een thermometer gebruiken bouwt voort op het begrijpen van het begrip temperatuur
- Wat is wind? Wind meten gaat makkelijker als je kind eerst weet wat wind is
- Weerpatronen dichtbij huis Het weer meten hangt nauw samen met het observeren en bijhouden van het weer, wat je kind al leert in de klas
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Weerkaarten lezen Weergegevens interpreteren bouwt voort op het weten hoe je het weer meet.
- Weersvoorspellingen Weersvoorspellen bouwt voort op kennis over hoe het weer wordt gemeten.